Onderwerpen
Behoud van cultureel erfgoed
Landbouwhuisdieren die (weer) in hun oorspronkelijke omgeving lopen, laten zien hoe het er vroeger in Nederland ongeveer uit gezien moet hebben. Ze zijn als het ware ‘levende geschiedenis’. Dat noemen we ook wel behoud van cultureel erfgoed.
Behalve verschillende rassen landbouwhuisdieren, zijn er op kinderboerderij Cantecleer nog veel meer voorbeelden te vinden van cultureel erfgoed. Denk bijvoorbeeld aan het bakken van brood in onze houtgestookte bakoven. Maar ook het bewerken van onze akker, de inrichting van de boerderij, het gebruik van hagen en het verbouwen van groenten op het land.
Landbouwhuisdieren
Landbouwhuisdieren (zoals koe, schaap en kip) zijn eigenlijk ook huisdieren.
Vroeger was het heel gewoon dat de boerderijdieren onder één dak woonden met de boer en zijn gezin.
Toen de mensen vroeger besloten om hun eigen gewassen te verbouwen, besloten ze ook om dieren te houden voor voedsel. De voorouders van onze huidige landbouwhuisdieren werden tam gemaakt, om ze bij huis te kunnen houden. Na verloop van tijd ontstonden er verschillende rassen, doordat men ging selecteren en men de dieren ging fokken voor een speciaal doel.
Bijvoorbeeld de Holsteinkoe staat bekend om haar grote melkproductie, terwijl de Limousinkoe uit Frankrijk voor de vleesproductie gehouden wordt.
En de Barnevelder kip staat bekend om zijn grote, bruine eieren, terwijl de Noord-Hollandse Blauwe een kip is die heel mals vlees heeft.(Deze twee kippenrassen zijn te vinden op Cantecleer.)
Met dit thema willen we de kinderen bewust maken van de verschillen die er zijn tussen de diverse soorten en rassen van de dieren op de boerderij.
Want het is niet alleen mooi als we net als vroeger nu koeien met allerlei kleuren in de wei zien lopen, maar het is ook belangrijk dat de verschillende rassen van de landbouwhuisdieren bewaard blijven voor de toekomst.
Op onze kinderboerderij vind je ook zeldzame huisdierrassen die vroeger wel, maar tegenwoordig bijna niet meer op veeteeltbedrijven voorkomen.
Meer hierover bij de thema’s:
- landbouwhuisdieren
- dier als model
Voeding
Ook de verbouwing van ons voedsel heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld. Vroeger verbouwde men granen en groenten voor eigen gebruik. Door de handel ging men zich langzamerhand specialiseren in gewassen die meer opbrachten. Boeren gingen zich op één product concentreren en zo ontstonden akkerbouw, veeteelt, fruitteelt en tuinbouw. De grote hoeveelheden die verbouwt en verhandeld moesten worden, zorgden voor de komst van fabrieken. Maar de handel zorgde er ook voor dat mensen in aanraking kwamen met nieuwe soorten groenten en fruit, zoals bijvoorbeeld de aardappel en de banaan.
Door al deze ontwikkelingen weten kinderen tegenwoordig nauwelijks nog waar ons voedsel vandaan komt. Het inmiddels klassieke voorbeeld is natuurlijk het antwoord op de vraag waar onze melk vandaan komt; uit de fabriek.
Op onze kleine akker laten wij zien waar graan vandaan komt en hoe het geoogst wordt. Wij laten het hele proces van brood bakken zien, tot het uiteindelijke bakken in ons bakhuis dat op hout gestookt wordt. Net als vroeger, toen veel boerderijen een eigen bakoven op het erf hadden staan.
Onze moestuin laat zien hoe de verschillende groenten groeien. Bij het oogsten zijn de verschillen duidelijk; uien en wortels groeien onder de grond, terwijl je bonen en tomaten moet plukken van de plant. Voor het beleg van de pizzaatjes kunnen de kinderen hun eigen groenten oogsten.
Maar we proberen ook te laten zien welke groenten oorspronkelijk in Nederland verbouwd werden, de ‘vergeten groenten’. Zoals de aardpeer en de knolraap. Het verhaal van de aardappel is ook heel interessant. Nederland staat bekend als het land van aardappeleters, maar toch komt de aardappel uit Zuid-Amerika.
Voor het thema ‘van aardappel tot chips’ gaan we hier dieper op in.
Meer hierover bij de thema’s:
- brood bakken
- pizza bakken
- van aardappel tot chips
- appeltaart bakken
Op en rond de boerderij
Vroeger waren er nog niet zoveel winkels als tegenwoordig. Nu ga je voor kleding naar een modezaak, voor vlees naar de slager en voor je groentes naar de groenteboer of de supermarkt. Op de boerderij zorgde je overal zelf voor; voor een stukje vlees slachtte je een koe en van het leer maakte je schoenen of kleding.
Van wilgentakken maakte je een bezem en een deel werd gebruikt als brandhout.
Zelfvoorzienend en praktisch, nu noemen we dit milieubewust.
Ook de inrichting van een boerderij, de ligging van de stallen, is uit praktische overwegingen ontstaan. Vroeger zag je veel hagen rond een boerderij, tegenwoordig vooral ijzeren hekken en prikkeldraad.
Meer hierover bij de thema’s:
- wilgen knotten
- de boerderij
De lessen
Kinderboerderij Cantecleer brengt vanaf nu een verdieping aan in de lessen.
We zullen meer vertellen over de planten en/of dieren waar mee gewerkt gaat worden, aangevuld met enkele vragen/opdrachten om de nieuwe kennis te testen.
Een belangrijk deel van de theorie zal bestaan uit geschiedenis, het culturele erfgoed waar we mee werken. Als kinderboerderij vinden wij dit van groot belang.
Je krijgt meer waardering voor wat je eet, ziet of doet, wanneer je weet waar het vandaan komt, hoe het gemaakt wordt.
Iedere school staat ingeroosterd voor 1 uur om het gekozen programma te volgen.
Omdat we theorie en praktijk even belangrijk vinden, kan het zijn dat wij een kwartier
uitlopen. Wij vragen u hier rekening mee te houden.
U kunt kiezen uit de volgende programma’s:
- landbouwhuisdieren
- dier als model
- brood bakken
- pizza bakken
- van aardappel tot chips
- appeltaart bakken
- wilgen knotten
- de boerderij
Ook dit jaar heten wij u weer van harte welkom op onze kinderboerderij om een lesprogramma te volgen.