Cavia’s en Konijnen

Cavia

cavia

Een cavia of ‘Guinees biggetje’ is voor kinderen een ideale speelkameraad. Hij is gemakkelijk tam te maken. Cavia’s kunnen zeer veel verschillende tinten hebben: bruin, grijs, beige, goudkleurig, zwart en wit. Sommige zijn gladharig, andere borstel- of langharig. Heb je een langharige cavia, dan moet je die elke dag borstelen. Cavia’s piepen als ze honger hebben of als ze blij of bang zijn. Als ze knorren, willen ze aandacht. Wat mag niet ontbreken op het menu? Cavia’s hebben veel vitamine C nodig en daar kun je maar beter rekening mee houden als je ze voedsel geeft. Vitamine C vind je in groenten en fruit. Wortelen, sla, witloof en sinaasappelen mogen niet op het menu ontbreken. Kruiden zoals weegbree en paardenbloem zijn ideale en goedkope snoepjes. De tanden van de cavia blijven groeien. Geef ze voldoende hard voedsel: daar slijten hun tanden van af. Caviakorrels, afgevallen takjes van fruitbomen en wilg zijn hiervoor geschikt. Zoals alle huisdieren moeten cavia’s altijd vers drinkwater hebben. Hebben cavia’s een groot hok nodig? In huis heb je voor 1 cavia een hok nodig dat minimaal 60 centimeter lang, 45 centimeter breed en 40 centimeter hoog is. Zorg voor vers hooi. Dat vinden ze lekker en ze verstoppen er zich graag in. In de zomer lopen cavia’s graag rond in een ren. Ze vinden het ook fijn als er in die ren een huisje staat. Daarin verstoppen ze zich of zoeken ze beschutting tijdens de nacht. Ze klimmen ook graag op stenen. Wonen mannetjes en vrouwtjes altijd samen? Tijdens de zwangerschap heeft het zeugje veel rust nodig. Daarom kun je ze ook maar beter uit de buurt van het beertje houden. Als de jongen geboren worden, kruipen ze al na 10 minuten zelfstandig rond. Na een maand haal je de opgroeiende mannetjes weg van de vrouwtjes. Anders is de kans groot dat het gezin zich opnieuw uitbreidt. Wist je dat …? Cavia’s moet je zeer voorzichtig oppakken. Je ene hand steek je onder zijn achterpoten. Zo til je ze van de grond: neem cavia’s dus nooit vast bij hun buik, want dat kan pijnlijk zijn.

 

konijn
Het konijn is een zoogdier, behorende tot de orde der haasachtigen. Het is de enige soort uit het geslacht Oryctolagus. Het konijn wordt veelvuldig gehouden als huisdier.

De grootte van het konijn zit tussen die van de echte hazen en de fluithazen in met een lengte van 35 tot 50 cm. De precieze lengte is afhankelijk van het ras. De achterpoten van het konijn zijn relatief veel korter dan die van de hazen, maar langer dan die van de fluithazen. De buik is veel lichter van kleur dan de rug, vaak wit. Ook de onderzijde van de staart en de poten is wit.

Het konijn leeft alleen van plantaardig voedsel. Ook eet het zijn eigen keutels op.

Konijnen behoren niet tot de knaagdieren, al wordt dit vaak gedacht. Knaagdieren beschikken in het bovenste deel van het gebit over maar twee snijtanden terwijl haasachtigen er vier hebben, waarvan de twee stifttanden achter de bovenste snijtanden staan.

Een voedster of moer is een vrouwelijk konijn. Deze is naast een verschil in geslachtsorganen van het mannelijk konijn te onderscheiden omdat hun lijf langer is en de kop minder grof. Bij een jong konijn is dit onderscheid moeilijker te zien. De voedster van een tam konijn is over het algemeen rustiger dan een rammelaar, behalve wanneer ze drachtig is; dan kan ze behoorlijk uitvallen en fel bijten. Na de bevalling als ze net jongen hebben gekregen zijn ze zeer beschermend en soms agressief. De rammelaar of ram is een mannelijk konijn. Deze zijn temperamentvoller dan de voedsters. De rammelaar is meestal dikker en zwaarder en heeft een bredere kop. Het jong van een konijn heet een lamprei.

Comments are closed