De Schapen

Schaap

schaap

Benaming: Een moeder is een ooi, vader is een ram en het kindje is een lam.
Land van herkomst: Het schaap werd, net als de geit, voor 7500 v.Chr. gedomesticeerd, en behoort tot de vroegst gedomesticeerde dieren. Vanuit het Midden-Oosten, waar het schaap waarschijnlijk is gedomesticeerd, verspreidde het schaap zich over de rest van de wereld. Bij ons lopen ze in de wei en staan in de winter op stal.
Voedsel: Gras, hooi en bieten, granen.
Voortplanting: De ooi is 5 maanden zwanger (146 dagen) en geeft 1 tot 2 (soms 3) lammeren per worp. Bij veel rassen is de bevalling erg zwaar, de ooi is dan te nauw.
Functie: Behalve voor de wol worden schapen ook gehouden voor hun melk en hun vlees, waarbij vooral het lamsvlees wordt gewaardeerd. De schapenmaag wordt gebruikt in traditionele gerechten als gerechtentripes en haggis. Schapendarmen werden (en worden, indien gewenst, nog steeds) gebruikt om de snaren voor violen en andere strijkinstrumenten te maken. Langs waterkeringen was nog een heel andere functie van belang: “Vier gouden pootjes en een gouden bekkie”, dat is waarom schapen op dijken geweid worden. Met hun pootjes trappen ze de grond vast en met hun bek voorkomen ze dat er struiken en bomen op de dijk groeien die met hun wortels de dijk kunnen beschadigen.
Soort: Het schaap (Ovis aries) is een zoogdier.
Taal: Blaten.

 

Comments are closed